aantal bezoekers

                                                                                                                        like ons op     VDW

Westerlee nieuws                                                                             - versie november 2016 -


*******************************************************************************************

zienswijze DorpenAlliantie Oost Groningen

 

 

 

 

Zoals toegezegd de reactie van de dorpenalliantie die kan helpen bij het opstellen van een individuele zienswijze:

Bureau Energieprojecten
Inspraakpunt Windpark N33
Postbus 248
2250 AE VOORSCHOTEN

Betreft: Zienswijze bij MER, inpassingsplan, gekozen VKA, onderliggende efficiency- en opbrengstberekeningen, vergunningsaanvragen en conceptbeschikkingen van de Gemeentes Menterwolde, Veendam en Oldambt voor het Windpark N33.

Samenvatting:
1. Toepassen rijks coördinatie regeling1 betekent het verdrinken van de kritische burger met papier en maakt de zienswijze termijn erg kort.
Het toepassen van de rijk coördinatie regeling betekent in dit geval dat de welwillende/kritische burger door vele duizenden pagina’s documenten moet heen ploegen. Vervolgens blijkt uit al die pagina’s ook nog eens dat hier en daar het onderliggende werk slecht of heel erg kwalitatief is uitgevoerd (veel mooie tekst, weinig wetenschap). Dat betekent dat deze manier van vorm en inhoud geven alleen al een zienswijze waard is en dat de beschikbare termijn van 6 weken op zijn minst aan de magere kant is.
Toepassen rijks coördinatie regeling2 niet terecht, er is sprake van 2 windparken die ieder voor zich de 100 MW grens niet halen.

Het toepassen van de rijk coördinatie regeling is niet terecht omdat er sprake is van twee aparte elektriciteitsgrids voor respectievelijk het Noord- en het Midden- en Zuid deel van het windpark. Daarnaast wordt ook het eenvormigheidsprincipe alleen voor het noordelijk deel vastgelegd. Het Midden en Zuidelijk deel heeft vanuit de vergunning ook geen eisen wat dat betreft. Tenslotte is de realisatie van de windparken niet per definitie in dezelfde periode gepland. Daarmee is er sprake van twee of misschien wel drie aparte windparken die allen kleiner zijn dan 100 MW en daarmee vervalt de grond voor het toepassen van de RCR.

2. Windpark-opbrengst en efficiency (in bijna alle documenten gebruikt) wordt zwaar overschat.
Er zijn grove fouten gemaakt bij met name de modelberekeningen van de windpark- efficiency en opbrengst. Op grond daarvan worden ten onrechte de keuzes in en voor het VKA in stand gehouden. Sinds kort kennen we de term “sjoemelsoftware” voor dieselauto’s maar die term krijgt hier een nieuwe betekenis.

3. Verzoek om een grotere molen door te rekenen is sloppy en kwalitatief gebeurd.
De invulling van het verzoek van de gemeentes via de MER commissie om een grotere molen (Enercon E 126 EP4, 4.2 MW) door te rekenen is halfslachtig en weinig doordacht gedaan. Er is daarbij namelijk voorbijgegaan aan het feit dat de Enercon E126 sec, zonder de toevoeging EP4, met exact dezelfde afmetingen (gondelhoogte 135 mtr, rotordiameter 126 mtr) een vermogen van 7.5 MW levert waardoor er in plaats van 35 (VKA) slechts 16 molens nodig zijn om aan de 120 MW doelstelling te kunnen voldoen. Bij 16 molens i.p.v. 27 molens (4.2 MW versie) is ook het park efficiency aanzienlijk beter, hoewel nog steeds aanzienlijk lager dan in een N-Z lijn-opstelling. In 2014 heeft Tauw in opdracht van de provincie Groningen deze variant al doorgerekend op alle MER aspecten en deze voldeed toen al. (ook Tauw rekent zich overigens voor de efficiencies rijk)

4. Ruimtelijke eenvormigheid in het park niet gegarandeerd.
De nu voorliggende documenten maken het mogelijk dat de 3 deelgebieden in het windpark N33 ieder hun eigen windturbinetype krijgen en dat is strijdig met de ruimtelijke eenvormigheid van het windpark die uitgangspunt is in o.a. de MER.
 

5. Molens 1, 16 en 22 passen niet in het ruimtelijke concept.
Conform de regels zoals gehanteerd t.a.v. de ruimtelijke inpassing in de totstandkoming van dit plan kunnen de molens 1 , 16 en 22 niet gebouwd worden.

6. Bouwregels inpassingsplan zorgen voor suboptimale keuze.
Het inpassingsplan (bouwregels) maakt het onmogelijk om de 120 MW in te vullen met minder maar grotere (vermogen) windmolens en dwingt daarmee een minder efficiënt windpark af. Ook in vergunningsaanvragen wordt al vooruitgelopen op molens in de 3-5 MW band en wordt ten onrechte genoemd dat invulling van het VKA met molens uit de 3-5 MW range de meest efficiënte manier is.

7. Onvoldoende Best Beschikbare Techniek-invulling in de ontwerpbeschikkingen.
Het begrip BBT wordt in de uiteindelijke ontwerpbeschikkingen te eng toegepast. De initiatiefnemers worden op geen enkele wijze verplicht voor het windpark en zijn omgeving als geheel BBT te realiseren. Dit wordt vervolgens door de gemeenten (die daar aanvankelijk op hebben aangedrongen) op geen enkele wijze in het ontwerp beschikkingen ook afgedwongen. Ook in de MER en Inpassingsbesluit wordt het wel genoemd maar verder volledig in het midden gelaten.

8. Sectormanagement kent geen invulling of controle mogelijkheden anders dan voor externe veiligheid.
In de externe veiligheid beschouwing wordt een eventueel knelpunt met Gasunie opgelost met “sectormanagement”. Als het bijvoorbeeld gaat om Geluid of Slagschaduw ontbreekt een meetnetwerk en dat betekent dat voor het bevoegd gezag een controlemiddel bij oplevering ontbreekt en dat in het geval van terechte overlast handhaving controle en handhaving niet mogelijk is mogelijk is. De SER heeft (zie uitspraak nationale Ombudsman zeer onlangs) jarenlang de overlast van windparken op land gebagatelliseerd en bewust foutieve informatie verstrekt.

9. Flora en Fauna wet
De initiatiefnemers hebben zich niet in voldoende mate gehouden aan artikel 2 (zorgplicht) van de FF-wet.

10. Natuurbeschermingswet (zaaknummer 280269)

De initiatiefnemers hebben zich ook hier niet voldoende gehouden aan de invulling van het begrip zorgplicht.

11. Onvoldoende aandacht voor het ALARA beginsel uit de wet Milieubeheer.

In de ontwerpbesluiten is geen of op zijn minst onvoldoende aandacht besteed aan het ALARA beginsel uit de Wet milieubeheer. De keuze van het type windmolen moet voldoen aan het ALARA beginsel.

12. Onvoldoende aandacht voor de einde levensduur problematiek.

In de ontwerpbeschikkingen worden ten onrechte geen voorzieningen of bankgaranties gevraagd voor het moment dat het windpark weer afgebroken moet worden. Dat kan in de praktijk tot zeer vervelende situaties gaan leiden (zie Aldel in Delfzijl, kerncentrale in Borsele) zeker als blijkt dat de SDE na 15 jaar niet wordt vervolgd.

Onderbouwing:

Ad 1: Toepassen Rijks Coördinatie Regeling (RCR)
Aanvraag vergunning Eekerpolder: 800 pg’s; aanvraag vergunning Vermeer Noord: 788 pg’s, aanvraag Midden: 693; aanvraag Zuid: 750; aanvraag NBW 357; Aanvraag F&F: 438; beschikkingen Noord:84; beschikkingen Midden en Zuid:63 etc. etc. etc. Dit is een informatie bombardement met hier en daar weinig inhoudelijke kwaliteit. Bij het aan de kant zetten van niet alleen het democratische proces maar ook de inzet van lagere bestuurlijke kennis op deze gebieden in het kader van RCR mag de burger uiterste zorgvuldigheid verlangen. Die blijkt in de hier volgende gevallen niet/onvoldoende ingevuld te zijn.
Het Noordelijk deel van het veld heeft een eigen elektriciteitsgrid en dat geldt ook voor het Midden en Zuidelijk deel. Hiermee is er fysiek sprake van twee aparte windparken. Daar komt nog bij dat als het gaat om de ruimtelijke eenvormigheid van het park de gelijke turbinekeuze alleen is vastgelegd door de twee initiatiefnemers voor het Noordelijk deel. Het lijkt erop dat dit gebeurd is onder druk van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (LIBAU) die dit tot 3 keer toe in een brief aangekaart heeft. Deze voorwaarde is overigens niet opgenomen in de concept beschikking maar blijkt uit de bijlagen. Voor het Midden en Zuidelijk deel is het niet opgenomen in de aanvraag en ook niet in de ontwerpbeschikking.
Ten slotte is de opstellingswijze, windfarm voor Noord versus twee lijnopstellingen voor Midden en Zuid zodanig dat de ruimtelijk eenvormigheid ook daar ontbreekt. In de MER wordt deze ruimtelijke eenvormigheid als belangrijk uitgangspunt gezien maar de invulling daarvan is niet consistent.
Dit maakt bij elkaar dat de nu gepresenteerde samenvoeging tot een (1)windpark >100 MW zo kunstmatig en gezocht is en zo weinig consistent is uitgewerkt dat ten onrechte gebruik gemaakt wordt van de RCR.
 

Ad 2 en 3: Windpark-opbrengst en efficiency (in bijna alle documenten gebruikt) en het verzoek een grotere windmolen door te rekenen
Een windmolen, vrij in het veld, en precies in de wind gedraaid maakt maximaal gebruik van de aangeboden wind en zal te allen tijden een voor die situatie maximale opbrengst geven. Dat veld zou dan eigenlijk zo weinig mogelijk obstakels moeten bevatten (huizen, bomen, hoge gebouwen) of de molen zou zo hoog mogelijk gebouwd moeten worden. Een windmolen op grote hoogte produceert aanzienlijk meer vermogen dan een lagere windmolen omdat op grotere hoogte de wind harder waait. (de wind wordt minder geremd door de aarde). In de middeleeuwen werden bomen gekapt om molens een vrij aanstroom gebied te geven. In bebouwde gebieden werden molens op een verhoging gebouwd (Terp of stenen onderbouw of zelfs hoog op de stadswallen).
Een windmolen die stroomafwaarts achter een andere (draaiende) windmolen staat ondervindt last van de wervelingen van die voorganger en zal aanzienlijk minder vermogen produceren dan de windmolen die er voor staat (stroomopwaarts). Dit wordt ook wel het wake of zog effect genoemd.
Voor Oost Groningen waar de wind overwegend vanuit het Zuid-Westen waait en maar hoogst zelden precies of Noord of Zuid betekent dit dat als je windmolens bouwt, je deze het best in één Noord – Zuid lijn kunt bouwen en liefst zo hoog mogelijk. Op deze manier hebben de molens verreweg het grootste deel van de tijd geen last van elkaar en als zodanig de hoogste opbrengst. In één lijn Noord-Zuid is nog iets beter omdat het maar zeer zelden precies vanuit het Noorden of precies vanuit het Zuiden waait.
De Provincie Groningen zat er dan ook behoorlijk naast toen ze in het verleden haar plannen voor windenergie ontwikkelde. De gekozen uitgangspunten zorgden ervoor dat een flink aantal molens netjes op een rijtje op een zo goed als “Zuid-west richting noord-oost” as stonden en dus bij de overwegend Zuid-Westen wind maximaal last van elkaar hadden. Overigens is die fout in de Drentse Monden ook voor een aantal rijtjes molens zo gemaakt.
Uitzonderingen waren eigenlijk de N33 voor het stuk vanaf Veendam tot Appingedam waar deze weg nagenoeg Noord-Zuid loopt. Overigens geven de Duitsers net aan de andere kant van de grens al jaren het goede voorbeeld door Noord-Zuid georiënteerde lijnopstellingen met een flinke onderlinge afstand (> 2 km) te bouwen.
De Minister en Provincie kozen uiteindelijk voor een veel kleiner gebied en zo ontstond het windpark N33 met het zwaartepunt van de molens in een bijna perfect (met uitzondering van de molens 1, 16 en 22) vierkant tussen de N33, Meeden en de A7. In het Voorkeurs Alternatief dat uiteindelijk nu voorligt betekent dat voor 27 molens een forse efficiency daling voor in principe alle windrichtingen. De andere 8 molens staan in 2 maal 4 op een rij en hebben alleen bij een zeer specifieke windrichting ( grofweg Zuid of Noord) last van dat wake of zog effect. Bij wind uit het westen hebben met name de molens in het midden en zuid deel van het park last van de luwte van Veendam.
In de diverse versies van de MER die uiteindelijk geleid hebben tot dit voorkeurs alternatief zitten naast berekeningen voor schaduw en geluid ook opbrengst berekeningen. Hierbij valt op dat de vanuit een rekenmodel berekende efficiency verliezen stelselmatig aanzienlijk lager zijn dan wat we uit een enorm uitvoerig datapakket in Denemarken hebben geleerd. In Denemarken zijn ca. 20 jaar geleden een tweetal grote windparken (Nystedt en Horns Rev) gerealiseerd waarbij iedere individuele molen van het begin af voorzien is van continue metingen van wind- richting en snelheid, temperatuur, toerental, opgewekt vermogen etc etc. Deze data is gelogd en de database die zo ontstaan is wordt veel gebruikt door wetenschappers die zich bezighouden met windenergie. Op deze manier zijn steeds geavanceerdere rekenmodellen ook getoetst.
Daar waar in de tweede rij in Denemarken tot 15 % vermogen minder geproduceerd wordt (echte data) wordt in deze MER een verlies van 5 tot 7% berekend en zijn de berekende verliezen in de volgende rijen nog kleiner. Kortom in deze MER wordt een overschatting van het uiteindelijke vermogen gemaakt van zeker 30%. Recent onderzoek van ECN aan met name 3 nog niet zolang bestaande parken op de Noordzee bevestigen dit. De nu in dit VKA berekende efficiencies horen bij een windpark met een vermogensdichtheid van rond de 6 MW/km2 terwijl het nu voorliggende VKA voor windpark N33 een vermogensdichheid van ca. 14 MW/km 2 heeft.
Overigens hebben Barthelmie e.a. hiervoor gewaarschuwd in hun studie uit 2010 “Quantifying the Impact of Wind Turbine Wakes on Power Output of Off-shore Wind Farms”. Deze studie is indertijd uitgevoerd met het enorme empirische (echte) data-pakket van deze twee Deense windparken op de Noordzee. Met deze data zijn rekenmodellen gevoed waarna deze conclusie getrokken werd. De onderschatting van dit effect leidt in de kwalitatieve en kwantitatieve afweging ( de effectscore) van het MER tot een verkeerde conclusie t.a.v. de keuze voor het VKA.
Met name Tauw heeft in 2014 (in opdracht van de Provincie Groningen) de variant 6 op een viertal manieren (a t/m d) nagerekend met molens in de 3-5 MW en de 5-8 MW range. Door de overschatting van met name de opbrengst van de variant met hoge aantallen kleinere molens (6a en 6b) komt de variant met de minste molens (6c) er relatief het slechtste uit. Deze variant 6c heeft echter verreweg de kleinste aantallen molens (16), de hoogste park efficiency (hoewel ook fout (overschat) in absolute zin), precies de beoogde 120 MW geïnstalleerd vermogen, de kleinste geluids- en slagschaduw footprint (het Midden en Zuid veld is niet nodig) en komt er toch als slechtste uit. Ook hier wordt de onderschatting van de efficiency verschillen pijnlijk duidelijk: In variant 6b worden 40 molens gemodelleerd in het vlak tussen Meeden, N33 en A7 met een parkverlies van slechts 15%. Dit zou naar analogie van de Deense cijfers (en die van ECN) een orde grootte 35 tot 45% moeten zijn.
In de uiteindelijke MER wordt hier niet naar verwezen maar is op verzoek van o.a. de MER-commissie nog een gevoeligheidsanalyse toegevoegd. Reden hiervoor was dat meerdere partijen (o.a. de gemeentes) gevraagd hadden om nog eens met grotere molens te rekenen.
Hier gebeurt wederom iets geks: Er wordt een lijst gepresenteerd van machines in de 3-5 MW range zonder dat er gekeken wordt naar de 5-8 MW range. Er wordt verder ook niet aangegeven waarom dat zo is. Vervolgens is er gerekend met de Enercon E126 EP4 (bijlage 1, aanvulling MER Windpark N33). Met deze keuze worden de machines niet echt groter in vermogen dan de uitgangspunten zoals gebruikt om te komen tot het VKA maar als je er in detail naar kijkt is het nog erger: in de lijst is de Enercon E126 EP4 opgenomen met een vermogen van 4.2 MW en afmetingen die exact overeenkomen met de Enercon E126. De Enercon 126 produceert bij dezelfde hub-hoogte (135 mtr) en bij dezelfde rotordiameter (126 mtr) maar liefs 7.5 MW. Van deze molen draaien er in Europa al enige honderden waarvan 38 in de Noord-Oostpolder.
Daarnaast heeft Pondera ineens een ander veld nagerekend. In de bijlage 1, waar zij hun opbrengstberekeningen presenteren, zijn de molens ineens anders genummerd en ontbreken de oorspronkelijke molens met no. 1 en no. 16, en is molen 25 in de achterste rij toegevoegd (en heeft wederom een zeker voor deze plek zeer hoge efficiency). Is dit een slordigheid of weten ze bij Pondera reeds meer?
Overigens wordt er in de gevoeligheidsanalyse gewoon gewerkt met de grotere turbines op dezelfde locaties als het VKA. Vervolgens wordt de conclusie getrokken dat met uitzondering van de slagschaduw dit kan binnen alle randvoorwaarden die gelden. Het feit dat er maar met 16 in plaats van 35 molens gewerkt hoeft te worden blijft volledig onbenoemd. Daarnaast wordt het begrip geluid volledig kwalitatief behandeld, de berekeningen ontbreken. Als het erom gaat dat je de 35 molens vervangt voor 16 is dat in orde, nu echter zijn de 135 meter molens gewoon 1 op 1 in het VKA gezet. Dan gaat zo’n kwalitatieve benadering te ver.
Met name die 7.5 MW Enercon E126 variant was al eerder doorgerekend in het al genoemde rapport van Tauw. Dit onderzoek hadden we ons dus kunnen besparen. Overigens blijkt ook hier met de 4.2 MW variant een volstrekt te hoog berekende park efficiency. Met name de molens op positie 6, 14, 15, 16, 7, 13, 17, 21, 9, 12, 18, 22 zullen in de praktijk aanzienlijk slechter scoren dan nu berekend. Het lijkt er overigens op dat Tauw met een ander model ook te lage parkverliezen berekent hetgeen dan overeenkomt met de conclusies van Barthelmie en de stelling “elk rekenmodel heeft zo zijn eigen uitkomsten” bevestigt. De gewone burger kent dit fenomeen inmiddels onder de term “sjoemelsoftware”.
Volstrekt onbegrijpelijk (niet toegelicht, en indertijd kennelijk ook niet gechallenged door de opdrachtgever, de provincie) trekt Tauw overigens de conclusie dat variant 6c de slechtste variant is. Immers, zelfs met de voor deze variant vermoedelijk te hoog berekende park-efficiëntie hoef je maar 16 molens te bouwen teneinde de 120 MW doelstelling te bereiken. Daarmee wordt de investering 30 tot 40% lager, het aantal benodigde molens halveert ruim en de midden- en zuid-variant zijn niet nodig. Eventueel kan er voor gekozen worden in het noordveld 12 molens te zetten en 2 maal 2 in respectievelijk het midden- en zuid-veld. De efficiency van met name de 12 wordt marginaal hoger maar vermoedelijk de investering ook omdat er dan op 3 plaatsen infrastructuur moet worden aangelegd. De totale efficiency wordt wel hoger omdat de lijn-opstellingen van het Midden en het Zuid deel ook nog eens bijna in een Noord-Zuid oriëntatie staan.
Overall ware het overigens veel beter geweest alle molens dan in een lijnopstelling langs de N33, te beginnen in Siddeburen tot voorbij Veendam te plaatsen. Dan was in een keer ook voldaan aan de volledige provinciale windstroom doelstelling/behoefte.
Samengevat: De rekenmodellen presenteren een te hoge windpark efficiency. Op grond daarvan worden verkeerde aannames gemaakt t.a.v. het VKA. In cruciale gevallen zijn de uitwerkingen zeer kwalitatief en dun van aard en lijkt het erop dat naar een conclusie wordt toegerekend. Dit maakt dat de term “sjoemelsoftware” ineens een heel nieuwe dimensie heeft gekregen.
De doelstelling van 120 MW kan binnen alle (MER) randvoorwaarden het meest (kosten en opbrengsten) efficiënt bereikt worden door 16 stuks van een 7.5 MW variant molen te plaatsen. Aan de overige randvoorwaarden zoals geluid, slagschaduw en ruimtelijke inpassing is dan ook voldaan. De in het MER nog doorgerekende E 126 EP4 bevestigt in deze ook de al eerdere getrokken conclusies van Tauw op dit gebied.
Met name de conclusies in V.10 en VI.4 van de samenvatting MER Windpark N33, de MER zelf, de vergunningsaanvragen etc. etc. zijn onjuist en het voorliggende VKA is een onjuiste keuze.

Ad 4 en 5: Ruimtelijke eenvormigheid in het park, weglaten van de molens 1, 16 en 22
In de MER voor het windpark N33 worden aanvankelijk molens uit 3 – 5 en 5 – 8 MW range genomen als uitgangspunt voor met name de gemaakte sommen (modelberekeningen) als het gaat om geluid, slagschaduw en park-opbrengst en efficiency. Er wordt aangegeven dat, als de grootste molens het uitgangspunt zijn, er automatisch met de “worst-case” rekening gehouden is. Vervolgens wordt in de gevoeligheidsanalyse alleen nog de opbrengst en de slagschaduw doorgerekend en de geluidcontouren worden kwalitatief afgedaan.
Door de initiatiefnemers zijn vergunningen aangevraagd bij de gemeentes Menterwolde en Veendam. In deze aanvragen wordt o.a. verwezen naar de onderliggende MER en wordt gesteld dat het in deze fase nog niet mogelijk is om een definitieve keuze te maken voor een bepaald type. Wel wordt aangegeven dat het een molen uit de 3-5 MW reeks zal zijn (op basis van de verkeerde data, zie hierboven) Dit heeft o.a. te maken met de definitieve SDE subsidietoekenning. Tevens wordt aangegeven dat 3 maanden voor de definitieve bouw het definitieve ontwerp zal worden gecommuniceerd met de betreffende gemeente. In totaal worden 4 vergunningen aangevraagd bij deze 2 gemeentes.
In de nu voorliggende ontwerpbeschikkingen worden verder geen specifieke eisen meer gesteld t.a.v. die termijn waarop de definitieve gegevens van de te plaatsen windmolens bekend moeten zijn. Er wordt ook niet gevraagd om als de definitieve keuze gemaakt is te bewijzen dat deze voldoet aan de randvoorwaarden zoals gesteld.
Zoals de aanvragen nu zijn ingediend en de ontwerpbeschikkingen zijn opgesteld is het in principe mogelijk dat er in het Windpark N33 3 verschillende molentypen gerealiseerd gaan worden. Dat is volledig in tegenstelling tot diverse teksten in de MER t.a.v. de eenvormigheid van het Windpark. Voor Zuid en Midden (gemeente Veendam) wordt het advies van de LIBAU per 23 mei 2016 zonder verdere voorwaarden verstrekt. De ontwerpbeschikking voor Zuid noemt dit niet eens maar voegt alleen het LIBAU advies toe. In de beide ontwerpbeschikkingen voor de Noordkant van het park wordt gesteld dat LIBAU akkoord is. Achter de beschikkingen zitten echter 4 brieven van LIBAU over een periode van 3 maanden waarin deze van “strijdig” (20/04) naar “niet strijdig mits” (02/06) naar “strijdig” (16/06) naar “voldoet” (14/07) gaan. In deze laatste brief wordt verwezen naar voorwaarden die zijn overeengekomen maar die niet tot de beschikking behoren en ook niet zijn genoemd in aanvullingen op het MER. In de bijlage 16 van de aanvraag van Vermeer Noord en bijlage 17 van Eekerpolder, Nota beperking Turbinekeuze, verklaren de beide aanvragers dat er slechts 1 type windmolens wordt geplaatst in het noordelijke deel van het Windpark. In feite is de laatste “voldoet” van LIBAU nog steeds een “voldoet mits”.
LIBAU hikte aanvankelijk terecht aan tegen de niet formeel vastgelegde eenvormigheid in het Noordelijk deel van het park maar zegt daarover niets voor het Midden en Zuidelijk deel maar daar geldt conform de MER die eenvormigheidseis ook; een (1) type met vaste ashoogte en rotordiameter voor alle 4 deelvergunningen, het is immers 1 windpark N33. Daarnaast heeft LIBAU ook terecht nog steeds bezwaren tegen de molens 16 en 22. En wederom op basis van de eenvormigheid geldt dat ook voor de molen op plaats 1.

Ad 6: Bouwregels inpassingsplan verhinderen een efficiënt windparkontwerp
De nu in het inpassingsplan opgenomen bouwregels maken het onmogelijk om nog iets anders te bouwen dan het VKA. Het gevolg is dat dit in combinatie met het toepassen van molens uit de 3-5 MW range gaat leiden tot een minimale parkefficiency met een maximale last voor de omwonenden. Veel molens met een lage efficiency leiden dan nog wel tot de beoogde opbrengst maar het is een zeer slechte manier van investeren met helaas maximaal negatieve effecten voor de omwonenden.

Ad 7: Te enge Best Beschikbare Techniek invulling
In de ontwerpbeschikkingen wordt het begrip Best Beschikbare Techniek heel specifiek toegekend aan de milieucompartimenten bodem, lucht en water. Energie wordt als niet van toepassing verklaard, immers de molens maken meer dan voldoende hun eigen energie. Dit is een te enge toepassing van het begrip Best Beschikbare Techniek: dit windpark gaat voor de komende 25 jaar o.a. de omgeving van een groot aantal mensen zwaar negatief beïnvloeden. Daarnaast gaan er grote sommen subsidiegeld (gefourneerd door elke Nederlander met een energierekening) naar de exploitanten om hen een gegarandeerd riant rendement te kunnen laten maken. Gegeven de SDE subsidies is investeren in Nederlands windenergie “safer then the bank of England” (toen dat nog een begrip was).
Het SDE+ proces dwingt op geen enkele manier BBT af in de sfeer van de hoogste opbrengst van de molen versus de kleinste “footprint” van deze molen en al helemaal niet als het gaat om BBT in relatie tot de integrale footprint van een windmolenpark. In deze MER worden alleen maar kaders geschetst en ten onrechte voor een VKA gekozen, in de vergunningsaanvraag wordt naar de MER en de SDE uitkomst verwezen en in de ontwerpbeschikkingen wordt BBT in de enge betekenis gebruikt. In combinatie met de bouwregels ontstaat dan een voor het bevoegd gezag onmogelijke situatie waarbij initiatiefnemers volledig vrij zijn hun eigen “beste” beslissingen te maken.
In de ontwerpbeschikkingen zou een proeve van een meer integrale BBT voor het hele windpark moeten worden afgedwongen. Aangezien dat bij twee gemeentes ligt zou dat door de minister, immers coördinerend in deze kwestie, moeten worden afgedwongen. Op dit moment is dit niet geregeld en zo ontstaat er voor Nederland, en in dit geval voor de omgeving van het windpark N33, een sub optimale business case met daarin de bewoners om het windpark heen als de mensen die maximaal de rekening betalen in de zin van inbreuk op en vernietiging van hun milieucompartimenten als daar zijn geluid en ruimte en daarvan afgeleide zaken als woongenot en de waarde van hun onroerend goed. De initiatiefnemers en boeren aan de andere kant worden middels een gegarandeerde opbrengst via de SDE ruimschoots en volledig risicoloos voor 15 jaar ontzorgd op kosten van de belastingbetaler.

Ad 8: Onvoldoende invulling van het begrip Sectormanagement in de ontwerpbeschikkingen.
In de externe veiligheidsbeschouwingen blijken in het VKA een 2- tal molens mogelijk te dichtbij de Gasunie stikstoffabriek/mengstation (wordt hier overigens ten onrechte Compressorstation Scheemda genoemd, dat station ligt helemaal aan de andere kant van het windmolenpark) te staan. Dit wordt gemitigeerd met wat men sectormanagement noemt. Dat zal vermoedelijk vanuit een daadwerkelijk meting (windsnelheid/toerental o.i.d.) leiden tot het stilzetten van deze 2 molens. Voor slagschaduw geldt eenzelfde oplossing (stilzetten van molens). Voor Slagschaduw en Geluid zou dat betekenen dat er op een aantal plaatsen rond het windpark meetpunten zouden moeten zijn. Deze metingen leiden dan tot het daadwerkelijk stil zetten van molens op het moment dat normen worden overschreden. Deze metingen worden niet afgedwongen in de concept ontwerp beschikkingen en dat maakt een eventuele controle op de ontwerpuitgangspunten van het windpark en naleving van de voorschriften onmogelijk. Dat geldt overigens ook voor een controle op de werking van c.q. naleving van het sectormanagement in het geval van de externe veiligheid t.o.v. de stikstoffabriek/mengstation. De gemeente is bevoegd gezag als het gaat om naleving maar heeft verder geen middelen c.q. dwingt deze niet af c.q. schept geen voorwaarden om deze controle uit te voeren.

Ad 9: Onvoldoende invulling van zorgplicht in het kader van de Flora en Faunawet
In z’n algemeenheid geldt dat de betogen in de onderbouwingen zeer kwalitatief en beschrijvend van aard zijn en daar waar tellingen uit ander parken gebruikt worden, worden deze zeer eenvoudig weg gerelativeerd en wordt de relevantie t.a.v. het specifieke windpark N33 niet eens besproken. Verder wordt zeer vaak de “ worst case” kaart gespeeld zonder dat daar verder enige onderbouwing voor gegeven wordt. Tenslotte beschikken de onderzoekers ook hier over een computermodel met zeer vele “draaiknoppen” . De beschrijving van met name al deze factoren is zodanig vaag dat het begrip “ sjoemelsoftware” hier zijn derde betekenis krijgt. De onderzoeksrapporten waarop de initiatiefnemer zich baseert zijn soms 14 jaar oud, veel te oud voor het kunnen nemen van een juiste beslissing over de aanvraag voor ontheffing van de F&F-wet. Al met al ademen deze onderzoeken de “wij van wc-eend adviseren wc-eend” sfeer.

Ten aanzien van de ruige/gewone en rosse dwergvleermuis is te weinig vooronderzoek uitgevoerd. De onderzoeken dateren vanaf 2007 tot 2012 en slechts één onderzoek dateert van 2016. Op deze manier is niet voldoende onderzocht wat de effecten van de molens op deze soort kunnen zijn. Als dan ook nog eens 1 molen in de gevoeligheidsanalyse ten Noorden van het Winschoterdiep geplaatst wordt heeft deze vleermuis aan beide zijden van zijn natuurlijke doorgang molens staan. Het RVO stelt zelf al dat er zeer weinig dwerg vleermuizen in het gebied zijn. De initiatiefnemers stellen dat dat men ontheffing nodig heeft voor zeven stuks. Dit is dan fors meer dan de totale waargenomen populatie in dit gebied. Daardoor is het zeer aannemelijk dat het windpark N33 een significant effect heeft op verschillende soorten dwergvleermuizen. Dat de rosse dwergvleermuis slechts incidenteel in het gebied voorkomt en dat daarvoor dan geen ontheffing noodzakelijk is, is bijna Kafkaiaans en bestrijden wij. Immers de vergunningen en ontheffingen worden aangevraagd voor dertig jaren.

Ten onrechte is er geen ontheffing aangevraagd voor de blauwe kiekendief. De aanvraag geeft aan dat deze soort in het gebied voorkomt. Tevens is onvoldoende aangetoond waar en hoeveel blauwe kiekendieven zich in het gebied bevinden, noch is voldoende onderzocht wat de extrapolatie is van het optrekken van de broedende kiekendieven van noord naar zuidelijke richting. Dit zelfde geldt voor de grauwe kiekendief.

Ten onrechte is er geen ontheffing aangevraagd voor de kwartelkoning. Het zal aannemelijk zijn dat deze niet sneuvelt in de wieken maar daarnaast is erg duidelijk dat deze zeldzame vogel wel gehinderd wordt in zijn habitat; uit recente tellingen van SOVON blijkt onlosmakelijk dat het gebied één van de belangrijkste foerageer- en broedhabitats van deze rode lijst soort is.

Het is onacceptabel op basis van de bepalingen uit de F&F-wet dat er voor gebied GR 5180 geen tel-gegevens beschikbaar zijn. Juist GR5180 is van belang voor beschermde vogels in relatie met het windpark. Het gros van de geprojecteerde molens staat daar. Voorafgaand aan een beslissing op een aanvraag moet er meer duidelijkheid zijn over dit gebied. Het RVO had aanvullende gegevens moeten vragen of de aanvragen buiten behandeling moeten laten.

Voor een aantal telgebieden zijn slechts tellingen beschikbaar uit de maand januari. Om een juiste beslissing te kunnen nemen moet het RVO over uitgebreidere gegevens beschikken. De initiatiefnemers hebben hier niet voldaan aan het voorzorgsbeginsel. Overtredingen van verbodsbepalingen zijn immers niet uitgesloten. Tegelijkertijd wekt het RVO niet de indruk zelf diepgaand hierop te onderzoeken. Uitgebreid en intensief nieuw onderzoek is noodzakelijk voordat op een ontheffingsaanvraag F&F-wet kan en mag worden beschikt.

In de ontwerpbesluiten moet een voorschrift worden opgenomen dat uitsluitend de bouw van het windpark toestaat in de periode buiten het broedseizoen.

Ad 10: Onvoldoende invulling van het begrip zorgplicht in het kader van de Natuur Beschermings Wet.

Voorschrift 17 van het ontwerpbesluit doet geen recht aan het doel van de Natuurbeschermingswet. De vergunning wordt aangevraagd voor dertig jaren. Daarmee is een onderzoeksverplichting van maximaal 5 jaar absoluut onvoldoende. Een onderzoeksverplichting tot en met het einde van het park is legitiem, wellicht, mocht daar aanleiding toe zijn, met een lagere frequentie.

Ad 11: Onvoldoende aandacht voor het ALARA beginsel uit de wet Milieubeheer.

In de ontwerpbesluiten is geen of op zijn minst onvoldoende aandacht besteed aan het ALARA beginsel uit de Wet milieubeheer. De keuze van het type windmolen moet voldoen aan het ALARA beginsel.

In de aanvraag (OLO deel) is ten onrechte aangegeven dat er bodemonderzoek is uitgevoerd terwijl er later is aangegeven dat bodemonderzoek nog uitgevoerd dient te worden. Bodemonderzoek zou eerder uitgevoerd moeten worden, in de tijd gezien voor de vergunningverlening. Op deze wijze wordt uitgesloten dat er last minute wijzigingen in opstelplaatsen moeten optreden en daarmee de effecten van het windpark nog kunnen wijzigen.

Tevens is de aansluiting bij “gesloten proces” niet opportuun aangezien gesloten proces in de NRB 2012 uitgaat van een installatie die gevuld of geleegd wordt. In casu is er sprake van een elektromotor. Tevens is in het MSDS aangegeven dat er sprake moet zijn van een opvangvoorziening. Indien de gondel als opvangvoorziening moet worden beschouwd zou een bewijs van vloeistofdichtheid gewenst zijn.

Wij verzoeken u bovenstaande mee te nemen in de definitieve beschikkingen.
Met vriendelijk groet,
DorpenAlliantie Oost Groningen
___________________________________________________________________________

 

windpark N33

 

 

impressies van een gondel

 

Zoals in onze deur tot deur verspreide flyer aangegeven zijn de ontwerpbesluiten voor windpark N33 klaar en liggen deze nu ter inzage bij de gemeente.

Omdat de gemeenten Menterwolde, Veendam en Oldambt door de minister via de Rijks coördinatieregeling buiten spel gezet zijn , is het nu aan de bewoners van de dorpen zelf om bezwaar in te dienen. 
Maar bezwaar maken kan nog tot uiterlijk 10 november, door middel van het indienen van een zienswijze.
Als men nu geen zienswijze indient dan kan men later ook geen bezwaar aantekenen; geen beroep bij de Raad van State.

 
Voor bekijken ontwerpbesluiten en indienen zienswijzen kan men terecht op de website van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland:
Op deze pagina staat “waar kunt u de ontwerpbesluiten inzien?” en “Hoe kunt u uw zienswijze kenbaar maken?”.

 
Maar het doornemen van alle onderdelen van het ontwerpbesluit is bepaald een kleinigheid, het betreft duizenden pagina’s. 
Hoewel het nu kort dag is zijn er nog twee mogelijkheden om op het windpark te reageren, n.l.:
1. U kunt u aansluiten bij zienswijze van Stichting Platform TegenwindN33. Op hun site http://tegenwindn33.nl/ kan hiervoor een formulier worden ingevuld, waar o.a. gegevens over rechtsbijstandverzekering wordt gevraagd. Dekt uw verzekering dit niet dan dient ook een machtigingsformulier te worden ingevuld en bedragen de kosten € 121,-;
2. Een andere mogelijkheid is om uw bezwaren te halen uit bijgaande (voorbeelden van) zienswijzen.

 
Zienswijze voorbeeld Menterwolde
 
Zienswijze startnotitie Oldambt
 
Zienswijze startnotitie Scheemda
 
Zienswijze MER Dorpsraad Zuidbroek

Let op: Het is van belang is dat elke zienswijze uniek is, anders worden ze in het verdere proces samengevoegd. 
Dus gebruik de voor u van belang zijnde punten uit de voorbeelden of ontwerpbesluit en omschrijf deze zoveel mogelijk in eigen bewoordingen.

 
P.S. ook de DorpenAlliantie is op dit moment een zienswijze aan het opstellen. Verwacht wordt dat deze uiterlijk maandagochtend gereed is. Zodra deze ontvangen is zullen wij hem ook op onze site zetten.  

 
Het bestuur van VDW

________________________________________________________________________ 

 

 

 Vervolg windturbinepark N33 

Woensdag 26 oktober wordt vanuit de DorpenAlliantie, waarin ook de Vereniging  Dorpsbelangen Westerlee actief is, door Dorpsraad Zuidbroek een informatieavond over het Windmolenpark N33 in dorpshuis de Broekhof in Zuidbroek georganiseerd.

Aanvang: 19:30 uur

Stand van zaken

Inmiddels liggen de voorlopige plannen al weer even ter inzage, zijn er in Veendam inloopdagen geweest en was bij van der Valk de Windpark N33 Experience te bewonderen. Het woord is nu aan de bewoners van de omliggende dorpen omdat de gemeentes door de minister buitenspel gezet zijn. De bewoners kunnen tot 10 november nog hun zienswijzen indienen.

Wat betekent dat nu allemaal, waar zitten we in het proces, wat voor zin heeft het eigenlijk en hoe moet dat dan, zo’n zienswijze indienen?

Dat zijn de thema’s waar we het deze avond over willen gaan hebben. Belangrijk is het om te weten dat alleen diegenen die nu een zienswijze indienen eventueel later in het proces nog in beroep kunnen gaan bij de Raad van State. Daarnaast zullen we proberen zo goed en zo kwaad als dat gaat een antwoord te geven op de vragen die er wellicht bij u leven.

Graag tot 26 oktober in de Broekhof, W.A. Scholtenweg 18, Zuidbroek.

 

 

 

Voortgang Windpark N33

 

 

Nieuwe informatie met betrekking tot het Windturbinepark N33

 

Virtual Wind Turbine Experience

Op 14 en 15 september zouden in het van der Valk Hotel in Zuidbroek informatieavonden voor omwonenden van het Windturbinepark N33 gehouden worden. Echter, zo geeft Essent aan, is dit evenement door het ministerie van Economische Zaken naar achteren verschoven.

 

Met welke reden weten wij niet maar in eerste instantie zouden ze vóór het verschijnen van de definitieve MER (Milieueffectrapportage*) gepland zijn. Nu worden deze informatiedagen gegeven op het moment dat de termijn om op de MER te reageren verloopt(!) Men verwacht dat het nu oktober zal worden.

 

Essent geeft aan dat zodra tijden en data bekend zijn zij dit tijdig in hun nieuwsbrief, die huis aan huis verspreid zal worden, aan zullen geven.

 

Wat kan men op deze informatie avonden verwachten?

Op deze informatieavonden welke onder de noemer “Viritual Wind Turbine Experience” gepresenteerd worden, kan (althans volgens de organisatoren) de realiteit van het Windturbinepark N33 ervaren worden.

Tijdens de informatieavonden zitten bezoekers voor een halfrond scherm van 2,5 meter hoogte. Op het scherm wordt het windpark geprojecteerd op foto's van de omgeving. Doordat je in het midden zit, heb je de ervaring dat je je ín de omgeving bevindt. Door een koptelefoon hoor je het geluid van de windmolens zoals dat op een kilometer afstand klinkt. Dat is precies uitgerekend.

Op de informatieavonden is een kalibratiepop aanwezig van het NLR, het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum. Deze geeft precies aan hoeveel dB(A) de koptelefoon op 1000 meter voortbrengt. Vanwege de afstand is dat soms maar 37 dB(A). Essent geeft daarbij aan: “Mensen denken nog weleens dat de koptelefoon niet werkt, omdat ze zo weinig horen”. Ter controle kan de koptelefoon dan weer op het hoofd van de pop gezet worden.

In een tweede ruimte krijgen bezoekers de mogelijkheid om virtueel rond te kijken in het windpark. Met behulp van een virtual reality-bril zie je met eigen ogen hoe de schaduw van de windmolens zich gedurende de dag ontwikkelt en of de slagschaduw de huizen haalt. In dezelfde ruimte staat een scherm, waarop omwonenden de locatie van hun eigen woning kunnen aangeven. Ze krijgen dan te zien hoe hun uitzicht door de komst van het windpark verandert.

Voor vragen naar aanleiding van de presentaties is er nog een derde zaal gereserveerd voor gesprekken met medewerkers van RWE en YARD Energy . Ook is het eventueel mogelijk om een afspraak te maken voor een vervolggesprek.

* De MER brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over is genomen.


_________________________________________________________________________________________________

 

 

Voortgang Windpark N33

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het zal u niet ontgaan zijn dat de plannen voor de realisatie van het windpark N33 nog steeds hoog op het lijstje van de overheid staat. De plaats van Windpark N33 is door vele organisatie als omstreden bestempeld. Buiten het gegeven dat windenergie zijn voordelen heeft, kleven er ook grote nadelen aan. Denk bijvoorbeeld aan:

  • geluidsoverlast (met name van het laagfrequent geluid kan gezondheidsproblemen geven);
  • hinder van slagschaduw en lichtvervuiling (obstakelmarkering/obstructieverlichting);
  • het verdwijnen van het unieke open landschap en waardevermindering huizen;
  • ingrijpende nadelen voor flora en fauna;
  • wieken kunnen vogels neermaaien;
  • krimp treedt op in het gebied, minder aantrekkelijk om er te wonen;
  • gebied is minder aantrekkelijk voor recreatie;
  • economische schade door bovengenoemde punten.

Vereniging Dorpsbelangen Westerlee (VDW) zet zich in voor Westerlee, informeert en adviseert o.a. hoe de inwoners een bijdrage kunnen leveren om collectief een vuist te kunnen maken tegen de nadelen van dit mega Windpark N33. Ook al zitten we nu in de vakantieperiode het is NU tijd voor ACTIE!!!
Men gaat er vanuit dat de Milieu Effecten Rapportage, het Rijksinpassingsplan en de aanvragen voor de vergunningen al in de derde week van september ter inzage gelegd zullen worden en men hierna nog maar 6 weken heeft om daarop te reageren door middel van zogenaamde zienswijzen. Actie is nu geboden en daarbij zal juridische bijstand nodig zijn.

Bent u één van de dorpsbewoners die bovenstaande punten onderschrijft? Doe dan mee met de JURIDISCHE STRIJD!!!
Samen staan we sterk. Een ieder die mee wil doen kan vrijblijvend deze lijst op de site van VDW, www.westerlee-vdw.nl ,invullen met gegevens, die nodig zijn om vervolgstappen te kunnen zetten. Daar vindt u ook het formulier Juridisch Traject aan. Heeft u nog vragen of wenst u mee informatie? Kijk dan op de site van VDW of neem contact op met één van de op het formulier vermelde bestuursleden.

Juridisch traject Windpark N33

formulier informatie juridisch traject met invullijst 
____________________________________________________________________

 

 

Algemene Ledenvergadering

 

Woensdag 20 april 2016                  

 

 

 

 

Ook lid worden van de vereniging Dorpsbelangen Westerlee?
klik hier voor het inschrijfformulier_

 

 

____________________________________________________________

 

Informatieavond WINDPARK N33

donderdag 24 maart a.s. in
Dorpshuis van Meeden

inloop vanaf 19:30 uur
aanvang: 20:00 uur

 

 

De actiegroepen TegenwindN33, Storm Meeden, Tegenwind Veenkolonien, de samenwerkende dorpsbelangenverenigingen, AdvocatenkantoorLi en de Stichting Zonkolonien nodigen u uit voor een informatieavond Windpark N33.

klik hier voor de flyer

klik hier voor het persbericht

 

________________________________________________________________
 

  2e Dorpsvisie Westerlee

 

 

     

 

 

In 2007 hebben wij met alle inwoners van Westerlee een dorpvisie opgesteld. Met genoegen kunnen wij u melden dat na het laatste project ‘de reconstructie van de Hoofdweg’ zo goed als alle punten uit deze dorpsvisie afgehandeld c.q. uitgevoerd zijn.

Het is nu van belang om samen weer een nieuwe dorpsvisie op te stellen, zodat we goed voorbereid de toekomst van Westerlee kunnen beïnvloeden en versterken.

Om inzicht te krijgen hoe u denkt over uw woonomgeving is door de werkgroep Dorpsvisie van de Vereniging Dorpsbelangen Westerlee (VDW) een vragenlijst opgesteld. Met de verkregen informatie willen we onze nieuwe dorpsvisie op gaan stellen.

De vragenlijst is of zal binnenkort huis aan huis verspreid worden. Aan iedereen van 18 jaar en ouder en wonend in Westerlee het verzoek om de vragenlijst in te vullen. De vragenlijst is volledig anoniem en invullen ervan zal weinig tijd kosten.

Mocht u meer exemplaren nodig zijn dan kan de vragenlijst hier ook gedownload worden

uitnodigingsbrief

vragenlijst

In tegenstelling tot wat we eerder hebben gemeld, proberen we in de week van 5 oktober 2015 gedurende de hele week alle vragenlijsten weer bij u op te halen

Alvast dank voor uw medewerking!

_________________________________________________________

 

uitnodiging aan alle dorpsbewoners van Westerlee voor de opening van de Beleefroute

'Slag bij Heiligerlee'

 

woensdag 20 mei 2015,

aanvang 18:30 uur

 

 

 

Klik op foto voor vergroting

____________________________________________________________________

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bewonersavond 4-5 mei Comité 19 februari 2015

Donderdag 19 februari j.l. heeft het 4/5 mei comité Westerlee haar eerste bewonersavond georganiseerd. De opkomst was niet zo groot; slechts 16 bewoners kwamen op de oproep naar de Tille. Het bestuur heeft haar concept-programma voor zowel 4 als 5 mei 2015 gepresenteerd. In 2015 is het 70 jaar geleden dat Nederland van de Duitsers werd bevrijd en daar wil het bestuur daar extra aandacht aan besteden.

Na de presentatie was er gelegenheid voor de aanwezigen om op de plannen reageren. dit leverde een paar nieuwe ideeën op en aanvullingen.

Het programma voor 4 mei a.s staat al vast. Als aanvulling wil het comité dit jaar een herdenkingsdienst in de Sint Joriskerk houden.
Het Stichtingsbestuur stelt de kerk voor de herdenkingsdienst gratis beschikbaar.

Helaas moet het aantal activiteiten voor 5 mei a.s. opnieuw bekeken worden, omdat de gemeente slechts een subsidie van € 500,00 beschikbaar stelt terwijl de begroting uitkomt op € 3000,00. Men wil nog een paar mogelijkheden onderzoeken om toch nog aan extra inkomsten te komen.
Maar in samenwerking met de beide basisscholen wil het bestuur toch alvast allerlei activiteiten uitwerken voor en door de kinderen. Aan de bewoners van Westerlee wil men vragen om op 5 mei hun straat te versieren.

Binnenkort wordt het programma door middel van een flyer aan de bewoners aan de bewoners bekendgemaakt en wordt hen om medewerking gevraagd.

In maart/april wil het comité nog een tweede bewonersavond in de Tille organiseren.
____________________________________________________________

 
    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

  

 

                        

 

 

 

 

 

 

 

                        

 

 

 

 

Vereniging Dorpsbelangen Westerlee  |  info@westerlee-vdw.nl